Tag Archives: story telling

Magazijn autodemontage

Hoe je met film meer voor elkaar krijgt

Stel je bent ondernemer. En je hebt een prachtig plan. Voor een nieuwe productlijn, een schaalvergroting, noem maar op. Maar daarvoor moet je uitbreiden, bouwen, misschien zelfs verhuizen! Op papier heb je het al helemaal voor elkaar. Het is financieel haalbaar. Maar het politieke klimaat is ronduit ongunstig. Dat overkwam Hein. Hij runde een autodemontagebedrijf. Ooit opgezet door zijn vader op een klein achteraf gelegen terrein en nu overgenomen door Hein. Hein moderniseerde het bedrijf en voerde de ISO9001-norm voor kwaliteitsmanagement in. Ook plaatste hij een installatie om alle schadelijke vloeistoffen uit de sloopauto’s af te tappen, zodat de bodem niet verontreinigd zou raken.

De resultaten bleven niet uit. Het bedrijf groeide als kool. Toen ik het leerde kennen barstte het uit z’n voegen. Hein moest verhuizen, want voor uitbreiding op de huidige stek was geen ruimte. Hij zocht een geschikte plek in de regio en vond die op een nieuw aan te leggen bedrijventerrein in een naburige gemeente. Maar toen begon de ellende. De gemeenteraad zag de komst van het autodemontagebedrijf helemaal niet zitten. Ondanks vele gesprekken met de wethouder en gemeente-ambtenaren lukte het niet om groen licht te krijgen. Acht jaar al was Hein bezig een plek te verwerven, zonder resultaat.

Een filmpje zou misschien helpen

Ten einde raad vroeg hij of ik langs wilde komen. Op zijn terrein stond het vol met jonge schade-auto’s met barcode-stickers op de deuren, spatborden, lampen en bumpers. Hein vertelde dat hij de bruikbare onderdelen alvast gelabeld had en in zijn geautomatiseerde voorraadadministratie ingevoerd. Maar omdat hij binnen geen opslagruimte meer had, liet hij ze voorlopig aan de auto’s zitten. We gingen naar binnen. In zijn piepkleine kantoortje vroeg hij of ik een filmpje kon maken. Zijn bedrijfsadviseur had geopperd dat dat zou kunnen helpen. Oef! Maar ze hadden het goed voorbereid. Hein had een goed ondernemingsplan, fiat van de bank om de investering te kunnen doen en een ISO9001 certificering, die na een recente audit weer verlengd was. Z’n bedrijfsadviseur kon erg goed vertellen over de ontwikkelingen in de autodemontagebranche. Ik raakte overtuigd dat Hein vocht voor een goede zaak.

Verdiep je in de ander partij!

Ik las de notulen van de raadsvergaderingen waarin het bedrijf van Hein ter sprake was geweest en kwam er zo achter waar de pijn zat. Zoals we al dachten, leefden er vooral veel vooroordelen over autoslopers bij de raadsleden. We gingen aan de slag. Omdat het eigen bedrijf er niet mooi uitzag met de overvolle opslag en de veel te krappe ruimte, mocht ik filmen bij collega-bedrijven elders in het land. Toen de film klaar was, lieten Hein en zijn bedrijfsadviseur hem zien tijdens een raadsvergadering. En het wonder gebeurde: de voltallige raad stemde in met de komst van het bedrijf! Ik had wel verwacht dat de film impact zou hebben, maar van zo’n succes hadden we niet durven dromen!

Wat waren de redenen van dit succes?

Allereerst had Hein serieuze en haalbare plannen. En dankzij de hulp van solidaire collega-bedrijven konden we echt laten zien hoe het nieuwe bedrijf er uit zou gaan zien. We hadden gezorgd dat de stijl van de film, zowel in woorden als beelden, totaal niet leek op een reclamefilm, want dat zou weerstand oproepen.

De film speelde in op het gebrek aan kennis en inzicht bij de doelgroep, in dit geval de raadsleden. Zij waren niet op de hoogte van de ontwikkelingen in de autodemontagebranche, die zich in korte tijd had ontwikkeld van een branche met duizenden deels morsige bedrijfjes tot een branche met ongeveer 500 grotere bedrijven met alle milieuvoorzieningen en diverse kwaliteitskeurmerken. Bedrijven die bovendien een overeenkomst hebben met AutoRecycling Nederland en vaak ook met verzekeringsmaatschappijen. Deze maatschappijen bieden een autoverzekering aan, waarbij auto’s zoveel mogelijk worden gerepareerd met gebruikte, originele onderdelen.

Een milieudeskundige, een deskundige op het gebied van voertuigcriminaliteit en de directeur van de Kamer van Koophandel gaven hun visie voor de camera. Kortom, we konden alle vooroordelen weerleggen. En dankzij mogelijkheden voor inspraak en participatie bij de gemeente kon de film tijdens een raadsvergadering vertoond worden. Hein heeft nu een modern nieuw pand met alle benodigde ruimte en voorzieningen!


Er gebeurt meer dan je denkt

Interne communicatie met film

Onbegrip tussen afdelingen. Wij-zij-denken. Dat komt nogal eens voor bij wat grotere bedrijven en organisaties. Hoe komt dat en wat kun je eraan doen? Die vraag kwam naar boven toen ik werd benaderd door een middelgrote organisatie in de gezondheidszorg. De organisatie bestond uit een binnendienst en een ambulante dienst. De mensen buiten hadden geen hoge dunk van hun collega’s binnen. Die zouden vooral moeilijk doen en weinig uitvoeren. Het echte werk werd immers door de ambulante dienst gedaan! Een rondleiding op kantoor leerde me dat ‘binnen’ echt veel werk verzet werd. Sterker nog, zonder het binnenwerk zouden de ambulante medewerkers niets kunnen doen.

De manager van de binnendienst wilde een film laten maken waarin stevig werd gepresenteerd wat de binnendienst allemaal presteerde: duizelingwekkende aantallen telefoontjes, e-mails, verstuurde brieven, archivering, managementrapportages, enzovoort. Mooie beelden, lekkere muziekje erbij. Et voilà! Maar terwijl ze me dit vertelde, bekroop me een gevoel van twijfel. ‘Zou dit wel het beoogde effect sorteren?’, vroeg ik me af. Toen ze klaar was opperde ik dat we het beter anders konden aanpakken.

Onbekend maakt onbemind

Wij-zij-denken ontstaat uit onbekendheid. Organisatiecoach Bert Overbeek schrijft hierover op de leiderschapsblog Jongebazen.nl: “Laatst sprak ik een Rotterdammer die zei dat er geen Rotterdammer hetzelfde is. Nergens zo veel verschillen als tussen ‘zijn’ Rotterdammers. Niet veel later in het gesprek zei hij dat mensen uit ‘020 een pot nat’ waren. Kort samengevat: hij zag wel de nuances in de groep waar hij toe behoorde, maar niet die van de Amsterdammers.” Verder schrijft Overbeek: “Als ik iemand nu ongenuanceerd over anderen hoor praten, dan weet ik dat hij nog geen moeite heeft gedaan zich in die ander te verdiepen en dat betekent tevens dat zijn oordeel niet betrouwbaar is.”

Hoe dàn?

Ik stelde voor iemand van de ambulante dienst een dag binnen mee te laten lopen. Alsof ze als het ware ingewerkt werd. En dat dan te filmen. De stijl zou zijn als die van een TV-reportage: nuchter, zonder drammen of jezelf op de borst kloppen. En bovenal niet teveel droge feiten, maar een menselijk verhaal. De ‘hoofdpersoon’ zou echt iemand van de ambulante dienst moeten zijn, zodat de collega’s zichzelf in haar of hem konden herkennen. En het moest iemand zijn die leuk en spontaan reageert. Die bereid is zich in de ander te verdiepen.

De manager twijfelde, maar durfde het uiteindelijk toch aan. Ze zou op zoek gaan naar de ‘hoofdpersoon’. Een paar weken later werd ik gebeld. Ik kon komen kennismaken met Kitty, een collega van de ambulante dienst. Kitty was inderdaad een spontaan en open iemand, zoals ik in gedachten had. We konden de opnamen inplannen.

De dag voor de opnamen was ik nerveus. Het was immers niet te garanderen dat deze aanpak zou lukken. Maar op de opnamedag liep alles op rolletjes. Kitty was echt verbaasd en onder de indruk van wat er allemaal gedaan werd. Zoals ze zelf zei, had ze wel een idee van wat er allemaal gebeurde, maar er kwam toch heel wat meer bij kijken.

De film deed zijn werk tijdens een personeelsfeest waarbij binnen en buiten samen waren. De buitenmensen reageerden positief. En de binnenmensen waren blij dat ze de erkenning kregen die ze verdienden. En de droge feiten? Die hebben we in de aftiteling gezet.